Volkskrant — 28 juli 2026 — 4 min leestijd
Het label ‘aanstelleritis’ doet de zorg meer kwaad dan goed
Hoe onbegrepen klachten, vooral bij vrouwen, te gemakkelijk worden weggezet en waarom artsen ruimte moeten houden voor twijfel en voortschrijdend inzicht.
- Onbegrepen klachten
- Medische vooroordelen
- Vrouwengezondheid
“We spreken van vage klachten, maar de klachten zijn niet vaag. Wij vinden ze vaag.”
Artsen moeten hun perspectief op vage klachten veranderen. Dat begint door te luisteren naar patiënten met onbegrepen klachten. Het is cruciaal voor het vertrouwen in de zorg, stelt psychiater Merel Boas.
Is co-assistent leerde ik ze al kennen. Patiënten, meestal vrouwen, van wie je op voorhand weet dat ze een lijst diagnoses hebben, zoals fibromyalgie, ME en atypische buikklachten. De blikken van onderlinge verstandhouding onder hulpverleners op de spoedeisende hulp. Een diepe zucht, terloopse opmerkingen. En soms, lacherigheid.
De vrouwen met pijn op de borst 'eci', die daar lagen met alle draden en piepjes: pijn op de borst e causa ignota. Dat klinkt fijn wetenschappelijk maar betekent letterlijk 'zonder bekende oorzaak'. In essentie waar, maar in de praktijk vaak bestempeld als theatrale onzin. Niets te zien op het hartfilmpje immers.
Stelselmatig werden deze vrouwen overgenomen; die is ons als co-assistent ingeprent. Inmiddels weten we gelukkig beter. Dezelfde pijnklachten worden nu begrepen en staan bekend als het vrouwenhart.
Maar waarom ging dit zo? En waarom gaat dit helaas nog steeds zo bij klachten die we niet direct onder een noemer kunnen brengen, klachten die te heterogeen zijn om de samenhang gemakkelijk te begrijpen?
We noemen ze vage klachten, maar de klachten zijn niet vaag. Wij vinden ze vaag. Ze zijn immers moeilijker te duiden omdat we het patroon nog niet (her)kennen. Zoals COVID-19 ons ook confronteerde met de realiteit van een virus dat zich niet gedroeg zoals wij hadden geleerd in onze opleiding.
Als hulpverlener vinden we het lastig iets niet te begrijpen. Je kunt geen hulp verlenen, niets oplossen. In deze – steeds meer – maakbare wereld steekt dat 'niet oplossen' bovendien nog meer af als contrast. Zeker gezien de grote hoeveelheid (deels des)informatie die online beschikbaar is. Daar krijg je als arts steeds meer mee te maken. Zeker in het geval dat er iemand tegenover je zit voor wie je de antwoorden niet hebt.
Als iemand veel soorten psychofarmaca gebruikt, dan weet je dat het om iemand met borderline persoonlijkheidsstoornis gaat, zo hoorde ik tijdens mijn opleiding tot psychiater. Later hoorde ik: als iemand veel soorten psychofarmaca gebruikt, weerspiegelt dit de wanhoop van artsen.
Wanhoop leidt tot een eindeloze zoektocht buiten de gangbare wegen.
Maakt het uit vanuit welk perspectief je kijkt? Het antwoord is een volmondig 'ja'. Het maakt alles uit. Bij het eerste perspectief hoef ik als arts niet meer na- of verder te denken over de klachten van de patiënt of over de diagnostiek. Bij het tweede geef ik mezelf als arts de ruimte het nog niet te weten en verder te denken. En vooral te luisteren. En de klachten serieus te nemen. Steeds weer worden we – door voortschrijdend inzicht – teruggefloten. Klachten die we afdeden als aanstelleritis blijken toch geaard in een biomedische verklaring. Zoals het is gegaan bij het vrouwenhart, maar ook bij perimenopauzale klachten, post-covid en ME.
Alternatieve informatie en alternatieve geneeswijzen bestaan niet voor niets. Ze weerspiegelen dat we niet iedereen hebben kunnen helpen. En het bestaansrecht ervan toont aan dat ze blijkbaar een select aantal patiënten uit deze groep wel helpen. Iedereen kent wel zo iemand die cynisch was, maar er toch door werd geholpen. Waarom het de één helpt en de ander niet? Misschien omdat er verschillende biomedische oorzaken zijn voor al deze 'vage' klachten, die wij onder de gemeenschappelijke noemer 'vaag' hadden gegooid.
Als we iets niet weten, geeft dit ons mentaal ongemak. Ons brein lost dit op door een vooroordeel te gebruiken dat ons bovendien jarenlang is ingeprent. Aanstelleritis. Klaar.
Klachten hebben, is naar. Ze worden ondraaglijk als je niet serieus genomen wordt, er niet wordt geluisterd en niemand je kan vertellen hoe – en of – ze ooit weer ophouden. Dat wanhoop vervolgens leidt tot een eindeloze zoektocht buiten de gangbare wegen, begrijpt iedereen. Tegelijkertijd gebeurt er nog iets: verlies van vertrouwen in je arts. En dus in het systeem van de zorg. Dat is niet helpend in een wereld met toegang tot internet en informatie die potentieel leidt tot nare gevolgen (zoals de verkoop van illegale medicijnen).
Aan ons als hulpverleners de taak om ons hiervan bewust te zijn, vooroordelen los te laten en klachten serieus te blijven nemen, ook daar waar we het nog niet weten of begrijpen. Naast onze patiënten blijven staan en mee blijven denken, ook al begrijpen we het niet. Dat vraagt veel – mogelijk te veel – binnen een systeem onder hoge werkdruk. Maar het alternatief is veel ernstiger.

Gerelateerde columns
Eigen column — 8 september 2026
Olifantenpadde Volkskrant — 3 september 2026
Nemen we het lichaam én de geest van vrouwen serieus?